Leeftijdsgrens & reclameverbod per 1 juli, ook nicotinevrij

nix18Per 1 juli 2017 is wetgeving actief voor de elektronische sigaret zonder nicotine, zo vernamen we eerder deze week van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Alhoewel Staatssecretaris Van Rijn de herziene wetgeving pas per 1 januari 2018 kan laten ingaan, is per zondag aanstaande het volgende van toepassing, aldus VWS. We citeren uit de brief :

Op 1 juli a.s. treden voor elektronische sigaretten zonder nicotine en voor roken bestemde kruidenproducten de volgende regels in werking:

  • de leeftijdsgrens van 18 jaar voor verstrekking van het product aan een consument.
    De leeftijdsgrens geldt ook als de koper meerderjarig is, maar de kans aannemelijk is dat het product aan een minderjarige wordt doorgegeven (wederverstrekking).
  • het verbod op elke vorm van reclame.
    Hieronder valt iedere handeling die rechtstreeks danwel onrechtstreeks bekendheid of aanprijzing van het product tot gevolg heeft. Speciaalzaken zijn, onder voorwaarden, uitgezonderd van dit reclameverbod.

Voorbeelden van een elektronische sigaret zonder nicotine zijn de shisha-pen en vaporizer, zolang er geen nicotine in zit. De regels zijn ook van toepassing op niet-nicotinehoudende vloeistoffen voor de elektronische sigaret. Voorbeelden van een voor roken bestemde kruidenproduct zijn een kruidensigaret of een kruidenmengsel voor de waterpijp.

ShishapennenHet Ministerie van VWS geeft aan in de brief dat alle andere regels die nu alleen nog gelden voor nicotinehoudende e-sigaretten, per 1 januari 2018 ook gaan gelden voor elektronische sigaretten zonder nicotine. Te denken valt aan de gezondheidswaarschuwing, rapportageverplichting voor de producent, de bijsluiter, maar ook de verpakkingeisen van maximaal 10ml per flesje.

Waar wij eind 2013 de wetgever al opriepen om de Nix18 regels van toepassing te laten zijn op alle elektronische sigaretten ongeacht het nicotine-gehalte, heeft de Staatssecretaris toch nog ruim 3,5 jaar nodig gehad om het in te voeren. Schijnbaar was het bij nader inzien ook niet nodig om de wet (die al sinds 20 mei vorig jaar van kracht is) aan te passen om bovenstaande voor elkaar te krijgen.

Na 1 januari 2018 – positief ?

De voorgestelde wijziging van de wetgeving is al door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer aangenomen, maar de wettekst is pas recentelijk (publiekelijk) beschikbaar.

Positief aan de voorgestelde wijziging is dat vanaf de ingangsdatum het verstrekken/verkopen van “elektronische dampwaar” in justitiële inrichtingen niet meer verboden is. Gevangenen en ook TBS’ers kunnen dus vanaf dan ook voor een véél minder schadelijke optie kiezen en dampen in plaats van roken.
Nu kan men in een gevangenis wel gewone sigaretten en sigaren kopen, maar de Tabaks- en Rookwarenwet verbiedt dit voor e-sigaretten ; die mogen alleen in de verkooppunten zoals dampwinkels, tabaksspeciaalzaken, tankstations en (super)markten verkocht worden.
We nemen overigens wel aan dat het aangeboden assortiment strikt bepaald zal worden door de Dienst Justitiële Inrichtingen, en beperkt zal worden tot dampwaar die geen verhoogd risico op misbruik geeft in een dergelijke setting.

Echter, waar de brief van VWS (zie bovenvermeld citaat) spreekt over niet-nicotinehoudende vloeistoffen voor de elektronische sigaret is de wettekst daar niet duidelijk in en zijn de regels van toepassing op elke niet-nicotinehoudende vloeistof. Dat de vloeistof bedoelt moet zijn voor gebruik in e-sigaretten is namelijk nergens in de wettekst opgenomen.
We lezen namelijk in artikel 2.4 :

Artikel 2.4

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan het ontwerp van een elektronische sigaret en een elektronische sigaret zonder nicotine en aan een navulverpakking, navulverpakking zonder nicotine, patroon zonder nicotine en de ingrediënten van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistof.

Het moge duidelijk zijn dat de definitie “nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistoffen” gewoonweg alle vloeistoffen omvat.

Een pul bierVolgens de letter van Artikel 2.4 zijn dus water, koffie, bezine, frisdrank, melk of rookvloeistof van Bax Shop, bier, wijn, glycerine, allesreiniger etcetera onderhevig aan de Tabaks- en Rookwarenwet. Deze vloeistoffen mogen dus uitsluitend in kindveilige flesjes per maximaal 10ml aan meerderjarigen verkocht mogen worden met een gezondheidswaarschuwing, notificatieplicht en de plicht tot het doen van emissietesten in NL etc.
Bedrijven zoals Vitens, Bar-le-duc, Douwe Egberts, Shell, Coca Cola, Campina, Bax Shop, Heineken, Gall & Gall en Hekserij.nl zijn zich in elk geval (terecht) van geen kwaad bewust.

Wat wordt wél bedoeld?

Dat de wet onduidelijk is, staat buiten kijf. Maar, wat valt er dan wél onder deze wet?
We kunnen genoegzaam aannemen dat het niet Van Rijns bedoeling is om Coca Cola Zero, Fristi of Shell V-Power onder de Tabaks- en Rookwarenwet te laten vallen.
Laten we daarom de wettekst eens goed bekijken, om te achterhalen er nu wél bedoeld wordt.

We beginnen met artikel 2.4 en ontleden dit artikel. Het gaat om het “eisen stellen aan”:

  1. het ontwerp van een elektronische sigaret en een elektronische sigaret zonder nicotine en aan een navulverpakking.
  2. de navulverpakking zonder nicotine.
  3. het patroon zonder nicotine.
  4. de ingrediënten van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistof.

Het eerste punt is duidelijk, het vierde punt levert geen bruikbare informatie en negeren we dus.
De definities van navulverpakking en patroon zijn de enige aanknopingspunten.

De toevoeging ‘zonder nicotine’ zegt iets over de ‘navulverpakking’ danwel het ‘patroon’, en we moeten hier uit concluderen dat een ongevulde oftewel een lege navulverpakking dan ook voldoet aan de omschrijving ‘navulverpakking zonder nicotine’. Maar, laten we de wettekst er weer bij pakken.
We moeten constateren dat de definitie van ‘patroon’ simpelweg ontbreekt (dit is nu ook het geval) maar de definitie van een navulverpakking is wel vermeld:

navulverpakking: een recipiënt die een nicotinehoudende vloeistof bevat die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret;

Dat lijkt me een heldere definitie. De navulverpakking moet dus tenminste vloeistof bevatten; lege navulverpakkingen tellen dus niet mee.
Het gaat nu echter over navulverpakkingen mét en zonder nicotine. Dat gedeelte van de defintie vervalt dus, zodat we het volgende overhouden

een recipiënt die een vloeistof bevat die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret;

In eerste instantie lijkt dit best helder, maar al snel ontstaat de interpretatievraag of de “die” in de zinsnede “die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret;” slaat op de vloeistof, of op de recipiënt. Voor wie het zich afvraagt: met het woord recipiënt wordt het reservoir bedoeld; dus de tank, de cartridge, de carto en het navulflesje.

Het gaat om de verpakking?

Als de zinsnede gelezen moet worden als verwijzing naar het recipiënt, dan zijn slechts de flesjes waarmee rechtstreeks een e-sigaret zonder geknoei gevuld kan worden, met daarin een vloeistof, onderwerp van deze wettekst.
AH LenzenvloeistofImmers, als het in een grote 2 literfles zit, met een grote schenkopening, dan kun je met goed fatsoen met behulp van die navulverpakking geen elektronische sigaret navullen, tenminste niet rechtstreeks. De vloeistof zal eerst moeten worden overgeschud, opgetrokken in een spuit met botte naald etc. Maar dat zou betekenen dat er gewoon liters nicotine-vrije dampvloeistof verkocht mogen worden, zolang deze maar niet in een handige bruikbare navulverpakking zit. Bijvoorbeeld in (steriele) jampotten. Ook is het zo dat als de recipiënt het criterium vormt, oogdruppels en lenzenvloeistof (en alle andere vloeistoffen in een tuit/druppelflesje) ineens als rookwaren worden aangemerkt.
Zou Staatssecretaris Van Rijn dát bedoelen met de wet ? Ik denk het niet.

Het gaat om de vloeistof?

We kunnen dus aannemen dat het niet slaat op de recipiënt, maar op de vloeistof.
Laten we – ondanks dat de wettekst dit niet schrijft – aannemen dat die vloeistof dan op z’n minst een ingrediënt moet zijn van dampvloeistof. Benzine, cola en bijna alle eerder als voorbeeld genoemde vloeistoffen vallen dan weer af.
We hebben dan dus de volgende componenten:

  • Nicotine
  • Propyleenglycol
  • Glycerine
  • Gedemineraliseerd water
  • Smaakstoffen

Lijkt aannemelijk, toch? Maar dan bedoelt de Staatssecretaris dus ook die 5 liter jerrycan VG van de zeepwinkel, of de 1 liter PG van de apotheek, de smaakstoffen voor cupcakes en gedemineraliseerd water van het Kruidvat.
Ik heb het sterke vermoeden dat Van Rijn dat niet bedoelt. En ja, ook nicotine is gewoon los te koop voor particulieren, in Nederland; bijvoorbeeld bij Hinmeijer.
Het gelijkheidsbeginsel stelt overigens dat het niet zomaar kan zijn dat iets door dampwinkel X niet verkocht mag worden terwijl exact hetzelfde door bijvoorbeeld het Kruidvat of Hinmeijer wél verkocht mag worden. Voor nicotine is het nog voor te stellen dat er sprake is van vereiste vergunningen voordat er iets verkocht kan worden, maar voor de overige bestandsdelen is er noch een grondslag nog een reden voor een onderscheid. We kunnen dus aannemen dat deze optie ook afvalt.

Bovendien, je e-sigaret vullen met alléén smaakstoffen, met alleen PG, pure nicotine of alleen demi-water, dat gaat niet lekker werken. Je kúnt er weliswaar een elektronische sigaret mee navullen (net als met benzine) maar dat is in de praktijk natuurlijk niet realistisch.

Het gaat om de vloeistof voor in een e-sigaret?
Als de wet zich beperkt tot de dampvloeistoffen die een gebruiker daadwerkelijk in een e-sigaret wil stoppen om die e-sigaret gewoon te gebruiken zoals deze bedoeld is, dan hebben we het dus over een een kant en klare mix van PG, VG, demi-water, smaakstoffen, met of zonder nicotine. Uitsluitend kant en klare dampliquid dus.
Zou Van Rijn dát dan beogen ? Het kán bijna niet anders, maar de wettekst beschrijft het niet.

We kunnen slechts gissen naar de intentie; Noch de wettekst, noch de Nota van Toelichting bieden soelaas.
Echter, de brief van het Ministerie van VWS van afgelopen week schept wel duidelijkheid. Daar lezen we namelijk:

De regels zijn ook van toepassing op niet-nicotinehoudende vloeistoffen voor de elektronische sigaret.

Als de Staatssecretaris dat bedoelt moet hij de wet zo opstellen dat het ook uit de wettekst duidelijk wordt.
Deze vaagheid is dan ook in strijd met een aantal Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur, te weten het rechtszekerheidsbeginsel (iedereen weet waar hij/zij aan toe is), het gelijkheidsbeginsel (gelijke gevallen worden op gelijke wijze behandeld) en het vertrouwensbeginsel.
De overheid is door jurisprudentie gebonden aan deze beginselen en moet deze ook volgen in bij het maken en toepassen van alle wet- en regelgeving. Doet de overheid dat niet, dan maakt de rechter gehakt van de wetgeving zodra een partij tegen de staat procedeert of een opgelegde boete aanvecht.

Klip en klaar: het gaat om ‘kant en klaar’

Ik hoop van harte dat de verkopers van dampwaren deze toevoeging op de Tabaks- en Rookwarenwet uitsluitend toepassen op de artikelen waar het echt over zou moeten gaan.
Dit zijn dus:E-liquid flesjes

  • de voorgevulde wegwerp e-sigaretten
  • de voorgevulde carto’s (als die nog bestaan)
  • kant-en-klare dampvloeistof ongeacht het nicotinegehalte

Er verandert dan weinig tot niets en blijven smaakstoffen, nicotinevrije basisvloeistoffen en ook het kopje koffie in volumes groter dan 10ml bij je bezoek aan je favoriete dampwinkel gewoon tot de mogelijkheden behoren.
Wel hoop ik dat alle verkopers van dampwaren de leeftijdsgrens vrijwillig en consequent van toepassing laten zijn op alle dampwaren die ze aanbieden, en dat de smaakstoffen die worden aangeboden vooraf gecontroleerd worden op veiligheid voor het gebruik in een e-sigaret.
Die verantwoordelijkheid dient elke verkoper te nemen en er is mijns inziens geen wet nodig om dat af te dwingen.

Ik stel voor dat deze twee zaken de eerste beginselen worden van de Algemene Beginselen van Behoorlijke Verkoop van Dampwaren. De branche laat dan zien hoe het wél moet, en dat voor de branche het de hoogste prioriteit is dat er veilig gedampt kan worden en dat er op de producten vertrouwd kan worden.

Marcel
Over Marcel 31 Artikelen
Getrouwd met Desiree, vader van Ference ('09) en Joris ('15). Stichtend lid van Acvoda, werkzaam als IT consultant en beeldend kunstenaar. In het begin van 2013 na 22 jaar shag gerookt te hebben en talloze stoppogingen 'cold turkey' overgestapt op de e-sigaret en overtuigd van het potentieel van de e-sigaret in het verminderen van schade die door roken veroorzaakt wordt. Oprichter, voormalig voorzitter en huidig woordvoerder van Acvoda.

8 Comments

  1. Mooi artikel Marcel. Laten we hopen dat het alleen om kant en klaar gaat.
    Maar ook dan hebben we wederom een probleem mbt additieven in bijv. CBD liquids.
    Wat is je mening daarover?

    • Monique, het gebruik van CBD (maar ook capsicum, caffeïne en taurine in kant-en-klare liquids) is inderdaad een probleem. Overigens niet vanwege de wetgeving, maar puur vanwege het risicoprofiel. Het gebruik van capsicum (vaak flash genoemd als ‘aroma’ maar ook bekend als hoofdbestandsdeel van pepperspray) is simpelweg niet goed te praten; we wéten dat capsicum bij inhalatie enorme schade veroorzaakt. Voor CBD, caffeïne en taurine weten we dat de (on)schadelijkheid bij inhalatie onbekend is, en dat inhalatie een enorm inefficiente manier van het opnemen van de werkzame stof is.
      Van deze drie stoffen is de orale route via het spijsverteringskanaal vele malen effectiever. Specifiek voor CBD: Er is simpelweg geen enkele reden om cannabidiolen met PG/VG te inhaleren, terwijl het gewoon op de tong gedruppelt kan worden of als capsules of in koekjes gegeten kan worden. Overigens is CBD erg slecht oplosbaar in PG/VG, en het maken van een CBD e-liquid vereist een deel om het oplossen van CBD te bevorderen. Het inademen van oliedampen (lipiden) is zoals we weten een oorzaak van de longaandoening lipid pneumonia. Een hoog risico en een lage effectiviteit.
      Caffeïne drinken/eten in de vorm van koffie of caffeïnetabletten is effectiever en brengt minder risicos met zich mee dan het inhaleren van de stof caffeïne in dampvorm. Geen win/win juist een lose/lose situatie.

      Maar, dat is slechts mijn visie op de genoemde additieven. Terug naar de wetgeving; Van Rijn heeft getracht additieven, smaakstoffen en ingrediënten te kunnen reguleren door simpelweg alle vloeistoffen op 1 hoop te gooien. Hij had ook in plaats daarvan voor de verschillende componenten aparte regelgeving kunnen maken, zodat het paard niet achter de wagen gespannen wordt.
      Immers, een gezondheidswaarschuwing en verplichte notificatie voor demiwater dient geen enkel doel, noch is er enige grondslag voor de 10ml limiet of de 20mg nicotine/ml limiet. Er is geen enkele reden waarom water, PG, VG, of smaakstof voor gebruik in e-sigaretten aan die regels zou moeten voldoen.
      De Staatsecretaris had deze componenten wél onderhevig kunnen maken aan andere voorwaarden zoals kwaliteit, zuiverheid, traceerbaarheid en veiligheid bij inhalatie en verhitting. Dat heeft hij nagelaten. Ik hoop dat zijn opvolger of diens minister de handschoen oppakt en ‘fit for purpose’ regelgeving opstelt.

  2. Alle dampers die man een mailtje sturen met: we gaan weer roken als dampen net zo duur wordt als roken ( geintje natuurlijk) maar soms denk ik dat ze dat liever hebben, want dan vangen ze meer belasting. Ik wordt hier zo moe van.

  3. Ik zie in het bericht en de reacties heel vaak het woord “hoop” tegen.
    Ga we met z’n allen wachten en hopen dat van Rijn het zo heeft bedoeld, of zijn er nog initiatieven om het hopen om te zetten in sturing en een duidelijke wetgeving?

  4. Als grafisch ontwerper moet ik binnenkort een ontwerp afleveren voor: een voor gevuld flesje en de verpakking.
    Moet de waarschuwing nu alleen op het flesje staan of ook de verpakking van het flesje.

    Ik heb geen juridische achtergrond en het bovenstaande is mij gewoon niet duidelijk genoeg.

    Kan iemand een duidelijk antwoord voor mij geven.

1 Trackback / Pingback

  1. Leeftijdsgrens & reclameverbod per 1 juli, ook nicotinevrij – Vape News Web

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*



drie × = 6