Internetconsultaties wijziging van het Tabaks- en rookwarenregeling/besluit

Recent heeft demissionair Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) een wijzing van de Tabaks- en rookwarenregeling voorgesteld. Deze gewijzigde regelgeving omvatten onder meer het invoeren van de veelbesproken displayban en een verbod op reclame voor tabakswaren en dampwaren.

Deze wijzigingen (van zowel de Tabaks- en rookwarenregeling als het Tabaks- en rookwarenbesluit) liggen tot 3 september aanstaande ter consultatie voor aan ons allen (Regeling, Besluit), en wij hebben dan ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de Staatssecretaris te voorzien van onze visie op deze wijziging. De implicaties van deze regelgeving voor het voortbestaan van dampen als levensvatbaar alternatief voor gewone sigaretten zijn enorm, en wij zijn van mening dat deze gewijzigde regelgeving – indien zo doorgevoerd – zal betekenen dat het voor huidige gebruikers van e-sigaretten vrijwel onmogelijk wordt gemaakt om legaal en gewoon hun dampwaren te blijven kopen in Nederland, laat staan dat we verwachten dat een roker (of toekomstige roker) nog überhaupt zal kunnen overstappen.

Hieronder de integrale beantwoording van de consultaties zoals vandaag door ons verstrekt aan de Staatssecretaris, met webopmaak. Ook is de volledige beantwoording met originele opmaak beschikbaar als download: “Beantwoording Consultatie – Acvoda v2.PDF” (582 KB)


 

Betreft:

Internetconsultatie Besluit houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit
Internetconsultatie Regeling houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenregeling

 

Weert, augustus 2017

Geachte Staatssecretaris,

Graag wil het bestuur van Stichting Acvoda van de geboden gelegenheid gebruik maken om te reageren op de twee bovengenoemde internetconsultaties. Aangezien beide consultaties vrijwel niet afzonderlijk van elkaar behandeld kunnen worden, is dit document een reactie op beide consultaties.

Samenvatting

De voorgestelde regelgeving beantwoordt een dringende vraag vanuit zowel de Tweede Kamer als vanuit de Nederlandse samenleving om de jeugd te beschermen tegen de gevaren van het roken.

Op het eerste oog lijkt deze regelgeving dat ook te doen, bij nadere inspectie blijkt dit echter zeker niet het geval.

De Kamer heeft u middels de motie Faber verzocht om een displayban van tabakswaren. U gaat met de voorgestelde regelgeving verder dan het aan u gestelde mandaat, en betrekt ook dampwaren (zoals e-sigaretten) in de displayban.
De voorgestelde regelgeving werpt voor het gebruik en de aanschaf van een inmiddels bewezen veel minder schadelijk alternatief verlammende beperkingen op terwijl de tabakssigaret amper geraakt wordt. Het wordt met deze regelgeving moeilijker voor een roker om over te stappen op e-sigaretten. Enerzijds vanwege de relatieve onbekendheid met het product, anderzijds vanwege de daarmee samenhangende beperkte informatievoorziening.

Zowel het Britse Ministerie van Volksgezondheid [1] als de FDA in de VS [2] benadrukken dat rokers die niet kunnen of willen stoppen met roken gestimuleerd moeten worden over te stappen op e-sigaretten, en dat het potentieel van de e-sigaret optimaal benut moet worden.
De beleidskeuze en de regelgeving die in Nederland gemaakt wordt wijkt daar sterk van af, zonder duidelijke rationale of feitelijke onderbouwing.

Tevens constateren we dat de NVWA al in juli 2017 een voorschot neemt op de onderhavige wetswijziging, door te stellen dat het gebruik van foto’s of tekstuele aanvullende informatie in de zomer van 2017 al niet meer toegestaan zijn bij online verkoop [3].

 

Onduidelijke terminologie, inconsistent gebruik

Er wordt in zowel de toelichtingen, de Regeling als in het Besluit meerdere malen gesproken over rookwaren, dampwaren, accessoires, aanverwanten e.d. zonder een duidelijke definitie van deze begrippen en zonder consistent gebruik daarvan. Dit maakt zowel de Regeling als het Besluit zeer moeilijk juist te interpreteren.

Een concreet en schrijnend voorbeeld daarvan is het gebruik van de term niet-nicotinehoudende vloeistof zonder verdere definiëring. We zijn genoodzaakt u er in dit kader op wijzen dat elke vloeistof die geen nicotine bevat voldoet aan die definitie. Dus ook koffie, thee, benzine, water enzovoorts.

We hoeven u niet uit te leggen dat de technische uitvoerbaarheid van regelgeving met dermate inconsistente en niet-specifieke terminologie schier onmogelijk is.

 

Verbod op informatievoorziening

De veel minder schadelijke alternatieven die er zijn zoals e-sigaretten en dampvloeistoffen, worden door reclame- en uitstalverbod veel harder getroffen. Gebruikers van e-sigaretten, en in het bijzonder mensen die momenteel tabak roken en de overstap willen maken, kunnen daardoor op geen enkele wijze meer geïnformeerd worden over welke producten er beschikbaar zijn en hoe die producten gebruikt dienen te worden. Voor een conventioneel tabaksproduct geldt dat een gebruiksaanwijzing niet onmisbaar is; veel ingewikkelder dan de sigaret uit het pakje halen, aansteken met een aansteker of lucifer en de rook inhaleren wordt het niet. Ook de keuze in verschillende producten (merken en types) is relatief beperkt. Het kopen van sigaretten blijft daardoor ook ná het invoeren van de displayban eenvoudig.

Dit in tegenstelling tot het kopen van e-sigaretten. Er zijn tal van verdampers die gebruikt kunnen worden, met elk hun eigenschappen en toepassingen (veel/weinig damp, veel/weinig lucht, ergonomie, wijze van navullen, wijze van vervangen van coils, etc) en er zijn ook tal van batterijdragers die gebruikt kunnen worden waarbij soortgelijke eigenschappen van belang zijn (ergonomie, wijze van opladen, elektronische eigenschappen, grootte c.q. omvang, etc).

De gebruikte vloeistof is nog het meest overzichtelijk ook al is er een zeer ruim aanbod, maar ook daar zijn er vele variabelen die van belang zijn (smaak, nicotinegehalte, verhouding PG/VG).
Een verkoper mag niet vertellen wat er te koop is (wegens het verbod op aanprijzing), en als de roker die wil overstappen weet wat hij of zij wil, dan mag de verkoper niets laten zien of erover vertellen. Online mag er helemaal niets getoond worden, en in een fysieke winkel mag een product uitsluitend in de gesloten verpakking getoond (en derhalve niet gedemonstreerd) worden.

Bij een dampvloeistof is het zelfs expliciet verboden om de smaak te vermelden (artikel 3.10 vierde lid sub c van de Regeling) maar toch suggereert u dat de etiketteringsvoorschriften en een bijsluiter maken dat consumenten geïnformeerd zijn over het gebruik van deze producten.”

De zorgplicht en andere verplichtingen die de verkoper heeft conform het Burgerlijk Wetboek (en de Wet Koop op Afstand in geval van online verkoop) staat op zeer gespannen voet met deze bepalingen uit de Tabaks- en rookwarenwet.

We verzoeken u om toe te lichten hoe deze veel te beperkte informatievoorziening die specifiek gericht is op e-sigaretten en dampvloeistoffen, strookt met de bescherming van de volksgezondheid welke het beoogde effect is van deze wetswijziging.

Bovendien worden alle producten, van sigaretten tot e-sigaret, nu gekenmerkt als ‘dermate schadelijk …’, terwijl er onmiskenbaar en aantoonbaar een significant verschil in schadelijkheid bestaat. Door deze typering zorgt u voor onjuiste informatievoorziening aan rokers en gebruikers van e-sigaretten, hetgeen in strijd is met de harm reduction bepalingen in de door Nederland in 2003 onderschreven Framework Convention on Tobacco Control van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

“tobacco control” means a range of supply, demand and harm reduction strategies that aim to improve the health of a population by eliminating or reducing their consumption of tobacco products and exposure to tobacco smoke

Indien, zoals regelmatig gesteld, zowel de Regeling als het Besluit bedoeld zijn ter bescherming van de volksgezondheid, kan het niet zo zijn dat alle tabaks- en rookwaren, ongeacht hun schadelijkheid onder één noemer geschaard worden met een identiek risicoprofiel.
Elektronische dampwaar heeft bewezen een effectief middel te zijn in het terugdringen van de rookprevalentie en het aanzienlijk verminderen van schade[4]. Door fors minder schadelijke alternatieven met dezelfde restricties op te zadelen als de extreem schadelijke producten wordt de consument de keuze onthouden. Dit staat haaks op het uitgangspunt de volksgezondheid te willen beschermen.

 

Uitstalverbod wel voor batterij, maar niet voor (water)pijp

Het bevreemdt ons dat de Regeling zich t.a.v. elektronische sigaretten (en EZN) zich strekt tot zowel de vloeistof als de apparatuur (en elk onderdeel daarvan) benodigd voor het gebruiken ervan, terwijl dit voor de andere categorieën producten in de Tabaks- en Rookwarenwet niet zo is.
Voorgevulde e-sigaretten voor (meestal) eenmalig gebruik (ook wel bekend als cigalikes) waarbij vloeistof, verdamper en batterijhouder zijn samengevoegd, zijn slechts een klein (<1%) deel van datgene dat gebruikt wordt.

Het is belangrijk te erkennen dat dampvloeistof zich verhoudt tot de verdamper en de batterijhouder zoals tabak zich verhoudt tot een (water)pijp of vloeipapier.
Voor tabak en voor de voor roken bestemde kruidenproducten zijn de (water)pijp, vloeipapier, asbak, grinder, etc. niet onderhevig aan het uitstalverbod, terwijl voor de e-sigaretten (en EZN) de verdamper, de batterijhouder en elk onderdeel (inclusief weerstandsdraad, katoen, batterij enzovoorts) onderhevig zijn aan de regelgeving. Dit is niet proportioneel en getuigt bovendien niet van een adequaat begripsniveau van de materie bij de wetgever.

Bovendien is het op z’n minst vreemd te noemen dat voor sigaren, pijp- en pruimtabak nog steeds de specifieke uitzondering van het uitstalverbod wordt toegepast. We verzoeken u daarom met klem toe te lichten welke rationale er is voor deze uitzondering.

Pruimtabak versus Snus

Overigens is het onbegrijpelijk dat pruimtabak nog steeds expliciet toegestaan wordt en zelfs getoond mag worden, terwijl een uitdrukkelijk verbod van tabak voor oraal gebruik al geruime tijd van kracht is. Pruimtabak wordt uitsluitend oraal gebruikt, maar is uitgezonderd van het verbod op tabak voor oraal gebruik. De instandhouding van dit verbod dat per saldo alleen snus raakt, zorgt er effectief voor dat een veel minder schadelijk product [5](snus) verboden is terwijl het overduidelijk schadelijke product (pruimtabak) verkrijgbaar blijft. We verzoeken u toe te lichten hoe dit strookt met de bescherming van de volksgezondheid en wat het beoogde effect is van het behouden van de uitzondering voor pruimtabak op het verbod van tabak voor oraal gebruik in deze Regeling.

 

Verdere beantwoording consultatie

In de navolgende pagina’s treft u achtereenvolgens de beantwoordingen van vragen van beide consultaties, alsmede opmerkingen op de tekst van respectievelijk de Regeling en het Besluit.

Stichting Acvoda stelt dat niet-rokers, ex-rokers en ook de huidige rokers cruciale stakeholders zijn in de wet- en regelgeving omtrent elektronische sigaretten, met of zonder nicotine. Stichting Acvoda is uitsluitend in dat gebied actief en behartigt uitsluitend de belangen van deze mensen.

De bestuursleden en betrokken vrijwilligers van Stichting Acvoda zijn op generlei wijze gelieerd aan noch de tabaksindustrie dan wel de e-sigarettenindustrie; zij zijn professioneel actief in respectievelijk accountancy, IT, onderwijs en de overheid.

De financiering van Acvoda bestaat uit giften van particulieren, vaak gebruikers van e-sigaretten.
Een aantal van de verhalen van overstappers staan op onze website onder http://acvoda.nl/dampverhalen.

Graag willen we daarom nogmaals benadrukken dat wij graag samen met U en uw Ministerie aan de slag willen om de doelstellingen optimaal in te vullen en de volledige potentie van e-sigaretten te benutten binnen het door de overheid te voeren beleid.

Voor vragen c.q. opmerkingen kunt u te allen tijde contact met ondergetekenden opnemen.

Met vriendelijke groet,

 

namens Stichting Acvoda
Actief voor Dampen

 

Muriël Schipper, Amsterdam                                      James Young, Geldrop

Sander Aspers, Weert                                                    Martijn Voncken, Puth

Rob de Lange, Koekange                                               Marcel Göertz, Weert

 

 

Vragen, per consultatie

Ook in de vraagstelling van beide consultaties zien we het onduidelijke en inconsistente gebruik van termen zoals rookwaren en rookaccessoires.

Consultatievragen Tabaks- en rookwarenbesluit

Vraag 1 van 4

Wat vindt u van het voorstel om speciaalzaken die uitsluitend rookwaren en rookaccessoires verkopen per 1 januari 2020 direct uit te zonderen van het uitstalverbod?

  • Het is een gemiste kans dat een dergelijke uitzondering niet geldt voor dampwaren op andere verkooppunten, aangezien harm reduction zo niet meer spontaan mogelijk is en de indruk onterecht wordt gewekt dat damp producten net zo schadelijk zijn als rookwaren, wat feitelijk en aantoonbaar niet het geval is.

Vraag 2 van 4

Wat vindt u van het voorstel dat supermarkten vanaf 2020 verplicht zijn om aan het uitstalverbod te voldoen?

  • Het is moeilijk te verklaren en te begrijpen dat er geen uitzondering geldt voor dampwaren, aangezien harm reduction zo niet meer spontaan mogelijk is en de indruk onterecht wordt gewekt dat damp producten net zo schadelijk zijn als rookwaren, wat feitelijk en aantoonbaar niet het geval is.

Vraag 3 van 4

Wat vindt u van het voorstel dat andere verkooppunten dan supermarkten tot 2022 uitgezonderd worden van het uitstalverbod?

  • Het bevreemdt ons dat er geen uitzondering blijft gelden na 2022 voor dampwaren op andere verkooppunten, aangezien harm reduction zo niet meer spontaan mogelijk is en de indruk onterecht wordt gewekt dat damp producten net zo schadelijk zijn als rookwaren, wat feitelijk en aantoonbaar niet het geval is.

Vraag 4 van 4

Wat vindt u van het voorstel dat een zelfstandige aankooptransactie via een tabaksautomaat niet meer is toegestaan vanaf 2022?

 

Consultatievragen Tabaks- en rookwarenregeling:

Vraag 1 van 6

Wat vindt u ervan dat online verkooppunten vanaf 2022 uitsluitend tekstueel rookwaren voor verkoop mogen aanbieden?

  • Dit raakt e-sigaretten, die onmiskenbaar en aantoonbaar een vele malen minder schadelijk alternatief vormen, disproportioneel, en het is conform de voorgestelde regels niet mogelijk om slechts tekstueel te voldoen aan alle verplichte informatievoorziening die van toepassing is conform de Wet Koop op Afstand, en die onmisbaar zijn voor rokers die de overstap willen maken. Temeer omdat ook fysieke verkooppunten geen e-sigaretten buiten de verpakking mogen tonen, noch additionele en onmisbare informatie mogen verschaffen.
    Daarnaast communiceert de NVWA dat deze regels per direct (nu al) van toepassing zijn op dampwaren, wat ons onrechtmatig lijkt, aangezien de voorgenomen regels nog ter consultatie voorliggen en derhalve nog niet geëffectueerd kunnen zijn (bron: 
    https://www.nvwa.nl/onderwerpen/roken-en-tabak/reguliere-presentatie-van-tabaksproducten-en-aanverwante-producten-in-verkooppunten/presentatie-tabak-en-e-sigaretten-in-webwinkels)

Vraag 2 van 6

Wat vindt u ervan dat in lijn met het uitstalverbod het voor speciaalzaken niet meer is toegestaan rookwaren in de etalage uit te stallen?

  • Omdat dampwaar geen rookwaar is verder geen commentaar.

Vraag 3 van 6

Wat vindt u van het voorstel dat het zelf pakken van rookwaren uit bijvoorbeeld zogenaamde graaibakken niet meer is toegestaan vanaf 2022?

  • Geen commentaar

Vraag 4 van 6

Wat vindt u van de nadere eisen aan verpakkingseenheden en buitenverpakkingen van sigaretten, shagtabak, (water)pijptabak en cigarillo’s?

  • Behoudens de uitzondering die geldt voor pruimtabak, (grote) sigaren en pijptabak, zonder dat er een rationale voor deze uitzondering bestaat, geen commentaar.

Vraag 5 van 6

Wat vindt u van de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels over de elektronische sigaret zonder nicotine (EZN)?

  • Niet alleen de uitvoerbaarheid, ook de rationale van deze regels dient nader besproken te worden. Zoals al gesteld eerder in deze reactie is de terminologie inconsistent en incompleet, wat maakt dat de voorgestelde regelgeving niet in lijn is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
    Technische uitvoerbaarheid en juridische haalbaarheid zijn derhalve naar onze mening zeer klein.

Vraag 6 van 6

Wat vindt u van de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels over nieuwe of gewijzigde producten?

 

 

Opmerkingen t.a.v. ontwerptekst

Onderstaand een aantal opmerkingen en vragen t.a.v. de ontwerpteksten, onder vermelding van de bron van de tekst.

Internetconsultatie Regeling houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenregeling

Consultatiepagina

Waar: kopje ‘Doelgroepen’ (compleet)

Opmerking: We zien dat hier gesproken wordt over rookwaren en tabak displays, waarbij de definitie van rookwaren ontbreekt. Dampwaren zijn geen rookwaren (want er is geen sprake van rook).

Waar: kopje ‘Verwachte effecten’, ‘Uitstalverbod’.

Er zijn geen aanwijzingen dat een algeheel uitstalverbod een directe omzetdaling tot gevolg heeft voor het verkooppunt.

Opmerking: Hoe kan de Staatssecretaris verklaren dat er geen omzetdaling te verwachten valt, maar dat de regelgeving wel het beoogde effect heeft (afname rookprevalentie en voorkomen dat jongeren gaan roken)? Een uitstalverbod en alle overige maatregelen in zowel de Regeling als het Besluit beogen het terugdringen van het gebruik van tabakswaren. Het indirecte doel van beide is dan ook het realiseren van een significante omzetdaling. De term ‘indirect’ impliceert echter dat dit pas op langere termijn gerealiseerd zal worden. Geen enkele maatregel heeft direct gevolg, tenzij deze direct gehandhaafd wordt. Dit is dus geen te verwachten effect, maar een logisch gevolg.

 

Waar: Consultatiepagina, onder het kopje ‘Verwachte effecten’, ‘EZN’.

Voor producenten en importeurs van elektronische dampwaar zonder nicotine nemen de administratieve lasten toe i.v.m. rapportageverplichtingen. Ook de nalevingskosten nemen toe i.v.m. het aanpassen van de etiketteringsvoorschriften. Deze kosten zijn echter gerechtvaardigd uit het oogpunt van bescherming van de volksgezondheid en in het bijzonder de bescherming van jongeren.

Opmerking: Op welke schade wordt hier gedoeld? Dampen is minimaal 95% minder schadelijk dan het roken van tabaksproducten.  Indien, zoals regelmatig gesuggereerd, zowel de Regeling als het Besluit bedoeld zijn ter bescherming van de volksgezondheid, kan het niet zo zijn dat alle tabaks-, en rookwaren, ongeacht hun schadelijkheid onder 1 noemer geschaard worden. Elektronische dampwaar heeft bewezen een effectief middel te zijn in het terugdringen van de rookprevalentie [6].
Door de fors minder schadelijke alternatieven dezelfde restricties op te leggen als de extreem schadelijke wordt de consument de gelegenheid om een geïnformeerde keuze te maken ontnomen.
Dit werkt averechts als het uitgangspunt is de volksgezondheid te willen beschermen en staat op gespannen voet met datgene wat in het FCTC is vastgelegd.

 

Waar: kopje ‘Verwachte effecten’, ‘Nieuwe of gewijzigde producten’.

  1. Doordat het RIVM meer gegevens ontvangt, zal de analyse van deze gegevens meer tijd in beslag nemen. De kosten die hiermee verband houden worden vergoed uit retributie inning bij producenten en importeurs.

 Opmerking: Welke maatregelen worden getroffen indien uit de analyse blijkt dat het product niet, of nauwelijks schadelijk is? Of juist veel schadelijker dan datgene wat er al te koop is?

 

Waar: kopje ‘Verwachte effecten’, ‘Nieuwe of gewijzigde producten’.

  1. Producenten en importeurs van elektronische dampwaar zonder nicotine dienen een retributie te betalen voor de kennisgeving. Deze kosten zijn gerechtvaardigd uit volksgezondheid oogpunt.

 Opmerking: Aangezien internationaal inmiddels bewezen is dat dampwaar 95% minder schadelijk is dan het roken van tabaksproducten, welk risico resulteert er voor de volksgezondheid waartegen beschermd dient te worden?

 

Concepttekst Regeling

Ambtelijk ontwerp d.d. 6 juli 2017

Waar: Artikel 2.11

  1. Niet-nicotinehoudende vloeistof wordt uitsluitend in de handel gebracht in speciale navulverpakkingen met een volume van ten hoogste 10 ml, in elektronische sigaretten zonder nicotine of in patronen zonder nicotine, met dien verstande dat reservoirs van elektronische sigaretten zonder nicotine of patronen zonder nicotine een volume hebben van ten hoogste 2 ml.

Opmerking: Wat is niet-nicotinehoudende vloeistof? Zelfs koffie, Coca-Cola en zonnebrandcrème?
Zo niet, waarom voldoen deze vloeistoffen die geen nicotine bevatten niet aan de definitie van niet-nicotinehoudende vloeistof?

 

Waar: Artikel 2.11

  1. In niet-nicotinehoudende vloeistof worden uitsluitend ingrediënten gebruikt die, zowel in verhitte als in niet verhitte toestand, niet gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de mens.

Opmerking: Er bestaan geen ingrediënten die voldoen aan deze beperking. De dosis bepaalt de schade. Zelfs water is in verhitte toestand gevaarlijk (brandwonden) en in niet verhitte toestand eveneens (bevriezing, inname van 3 liter water in een korte periode is dodelijk[7], onderkoeling en de verdrinkingsdood.)

 

Waar: Artikel 3.7a

  1. Zowel het materiaal van een verpakkingseenheid als van een buitenverpakking van voor roken bestemde tabaksproducten is aaneengesloten en bevat geen doorzichtige onderdelen.

Opmerking: Alle sigaretten en shag zijn verpakt in een doorzichtige folieverpakking (de seal).

 

Waar: Artikel 3.10

  1. In het eerste lid wordt “een elektronische sigaret of navulverpakking” vervangen door: elektronische dampwaar.

Opmerking: Elektronische dampwaar lijkt, afgaande op de originele tekst van artikel 3.10 zowel hardware als vloeistof te omvatten. Van hardware is het onmogelijk een ingrediëntenlijst op te stellen. Vloeistof is per definitie geen ‘elektronische dampwaar’. Het product bevat geen elektronica en is slechts bedoeld voor verdamping. Dit kan ook zonder elektronica gebeuren. Aan deze regel kan technisch niet voldaan worden.

Waar: Artikel 3.10

Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:>

  1. Een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine en een patroon zonder nicotine bevat geen enkel element of kenmerk dat:
    1. het product aanprijst of het gebruik ervan aanmoedigt door een verkeerde indruk te wekken over de kenmerken, gevolgen voor de gezondheid, risico’s of emissies ervan;
    2. de suggestie wekt dat een bepaald in de aanhef genoemd product minder schadelijk is dan andere of gericht is op het verminderen van het effect van bepaalde schadelijke bestanddelen van rook, of activerende, energetische, genezende, verjongende, natuurlijke, biologische eigenschappen bezit of andere positieve gevolgen heeft voor de gezondheid of de levensstijl;
    3. verwijst naar een smaak of andere additieven dan geur- of smaakstoffen, of het ontbreken daarvan;
    4. op een levensmiddel of een cosmetisch product lijkt;

Opmerking:

T.a.v. lid 4.1.; Het product mag dus wel aangeprezen worden als de informatie feitelijk correct is?

T.a.v. lid 4.2.; als deze informatie feitelijk correct is, dan is dit wel toegestaan?

T.a.v. lid 4.3.; de consument baseert zijn keuze op smaak, nicotinegehalte en op de verhouding PG/VG, maar deze smaak, nicotinegehalte of de verhouding mag niet vermeld worden? Waarom niet?
Daarnaast is het vermelden van “smaakloos” of “geen smaak” ook niet toegestaan volgens deze tekst.
Op nicotinevrije vloeistof mag dus ook niet vermeld worden ‘nicotinevrij’, of ‘nicotine: 0 mg/ml’?
Voorts is deze regel technisch niet uitvoerbaar daar de verplichting geldt voor het op de verpakking melden van alle ingrediënten, afnemende in gewicht.

T.a.v. lid 4.4. ; Dit is technisch onuitvoerbaar. Alle verpakkingen kunnen lijken op een levensmiddel of cosmeticaproduct. Voorbeeld: Een fles dampvloeistof lijkt qua vorm en grootte op een fles neusdruppels.

 

Waar: Artikel 6.2

  • Onverminderd het bepaalde in artikel 5.9 van het Besluit worden te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten geheel aan het zicht onttrokken. Kleuren en contouren van deze producten zijn niet zichtbaar.

Opmerking: Wat valt er onder de definitie van de term ‘aanverwant product’. Vallen hieronder bijvoorbeeld ook een liter gedemineraliseerd water, een 18650 accu en reepjes organisch katoen? Deze producten zijn toepasbaar en verkrijgbaar buiten de sfeer van dampwaren, echter deze worden in deze context gebruikt om vloeistof te verdunnen, in een batterijhouder als stroombron en als lont.

 

Waar: Artikel 6.2

  1. Tabaksproducten en aanverwante producten die worden aangeboden voor verkoop op afstand aan een consument die zich in Nederland bevindt, worden slechts door middel van een neutrale en sobere beschrijving zonder afbeelding aangeduid.

Opmerking: Aan consumenten die zich niet (overduidelijk) in Nederland bevinden mag wel een uitgebreidere vertoning plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
Welke handhaving hiervan wordt gedaan gericht op webwinkels die niet in Nederland maar wel binnen de EU gevestigd zijn, en die zich (mede) op Nederlandse consumenten richten?
Welke handhaving hiervan wordt gedaan gericht op webwinkels die niet binnen de EU gevestigd zijn, en die zich (mede) op Nederlandse consumenten richten?
We achten handhaving nauwelijks mogelijk/nagenoeg niet uitvoerbaar, daar de regelgeving hierover binnen de EU verschilt.  Dit resulteert in een oneerlijk economisch nadeel voor Nederlandse webwinkels.

 

Waar: Artikel 6.3

Het middel waarmee tabaksproducten of aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken:

  1. is zowel aan binnen- als buitenzijde neutraal en sober van kleur;
  2. bevat geen licht- of geluidseffecten; en
  3. kan slechts een neutrale en sobere aanduiding bevatten waaruit blijkt dat tabaksproducten of aanverwante producten worden verkocht.

Opmerking: De woorden ‘neutraal en sober van kleur’ en ‘neutrale en sobere aanduiding’ zijn allerminst specifiek, en bieden veel ruimte voor (willekeurige) interpretatie.

 

Waar: Artikel 6.4

  1. Bij opening van het middel waarmee de te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, wordt een oppervlakte van maximaal 1,5 m² van deze producten of daarbij behorende accessoires zichtbaar.

Opmerking: Hier worden accessoires benoemd, die schijnbaar dus eveneens niet getoond mogen worden. Wat onder de definitie van ‘accessoires’ geschaard moet worden is onduidelijk.

 

Waar: Artikel 6.7

  1. In afwijking van het eerste lid kunnen sigaren, pijp- en pruimtabak in open verpakking worden getoond.

Opmerking: Welke grondslag is er voor deze uitzondering?
Waarom is deze uitzondering niet gemaakt voor elektronische dampwaren (uitgezonderd de dampvloeistoffen), aangezien voor deze dampwaren geldt dat de vorm en grootte van deze apparaten absoluut van belang is. Daarnaast is het voor de koper absoluut relevant het apparaat te kunnen vasthouden en nader te inspecteren alvorens tot een koop van een apparaat van al snel meer dan € 50 over te gaan.
Ook is de winkelier verplicht (zorgplicht) om de werking van het apparaat te tonen, vóórdat er tot aankoop overgegaan wordt, indien dit niet evident is. Denk aan het geven van oplaadinstructies, tonen van de plaatsing van de accu’s, de menu-structuur etc.
In de Ambtelijke toelichting wordt gesteld dat deze uitzondering uitsluitend geldt voor een ‘speciaalzaak die slechts tabaksproducten en aanverwante producten in de handel brengt’. Echter, Artikel 6.7 maakt geen melding van deze exclusiviteit en stelt de uitzondering van toepassing op elke zaak die tabaksproducten en aanverwanten in de handel brengt, ongeacht het verdere assortiment.

 

Waar: Artikel 6.8

  1. Reclame in of aan speciaalzaak legt op geen enkele wijze een positief verband met gezondheid

Opmerking: Een bewezen negatief of aangetoond neutraal verband mag wel worden gelegd?
Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?

 

Waar: Artikel 6.9

  1. Reclame voor voor roken bestemde kruidenproducten in of aan een speciaalzaak is voorzien van de waarschuwing ‘Het roken van dit product schaadt uw gezondheid’. Deze gezondheidswaarschuwing is vormgegeven zoals bepaald in de artikelen 8, zesde lid, en 9, vierde lid, van de tabaksproductenrichtlijn.

Opmerking: In tegenstelling tot EZN, wordt het gebruik van voor roken bestemde kruidenproducten dus niet afgeraden voor niet-rokers? Immers, daar is de verplichte waarschuwing uitgebreid met deze expliciete negatieve aanprijzing: ‘Dit product schaadt uw gezondheid. Het gebruik ervan wordt afgeraden voor niet-rokers’.  We zien deze waarschuwing ook niet bij gewone tabak. Wat is de rationale hiervoor?

 

Waar: Artikel 6.10

  1. In een speciaalzaak met een groter verkoopvloeroppervlak dan 120 m² is het tonen van reclame alleen toegestaan in, aan of in een straal van 5 meter van het schap van waaruit de tabaksproducten of aanverwante producten verkocht worden, alsmede op en in de directe nabijheid van de toonbank.
  2. Reclame wordt niet:
    • geplaatst in de directe omgeving van productgroepen die met name aantrekkelijk zijn voor jongeren onder de 18 jaar;
    • bevestigd op of aan dispensers van andere producten dan tabaksproducten of aanverwante producten, verrijdbare rekken met wenskaarten, manden met snoepgoed en speciaal voor de verkoop van tijdschriften ontworpen kasten.

Opmerking: Een speciaalzaak is uitgezonderd van het displayverbod en het reclameverbod, als deze uitsluitend rookwaren en rookaccessoires verkopen. Echter, hoe kan het zijn dat een zaak tegelijkertijd voldoet aan deze criteria en tóch producten zoals genoemd in 2 verkoopt? Het lijkt er sterk op dat uitzondering 6.10 lid 2 geschreven is voor zaken zoals bijvoorbeeld de Primera. Echter, deze zaken verkopen niet uitsluitend rookwaren en rookaccessoires. Hoe kan een zaak voldoen aan deze regels en toch een uitgebreider assortiment voeren?

 

Toelichting Ambtelijk ontwerp d.d. 6 juli 2017

Waar: Algemeen deel; Elektronische dampwaar zonder nicotine

Shishapennen, vaporizers en andere elektronische sigaretten zijn allemaal dampwaren die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. In het geval dat er nicotine in de elektronische dampwaar zit of toegevoegd kan worden, is er sprake van een elektronische sigaret of navulverpakking zoals gedefinieerd in de Tabaks- en rookwarenwet.

Opmerking: Vaporizers zijn geen elektronische sigaretten, maar eerder vergelijkbaar met ‘heat not burn’ producten waarmee vaste stoffen zoals tabak en kruiden geconsumeerd kunnen worden. Vaporizers zijn niet geschikt voor het consumeren van dampvloeistof. Deze toelichting impliceert dat vaporizers onder de noemer Elektronische dampwaar zonder nicotine vallen. Echter, deze regelgeving beschrijft vaporizers in z’n geheel niet en de definitie van ‘voor roken bestemde kruidenproducten’ omvat vaporizers eveneens niet.
De onjuiste suggestie wordt gewekt dat vaporizers onder de begripsbepaling van EZN vallen.

 

Waar: Algemeen deel; Elektronische dampwaar zonder nicotine

Uit onderzoek van het RIVM blijkt echter dat ook elektronische dampwaar zonder nicotine schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. Het gebruik van elektronische dampwaar zonder nicotine kan leiden tot irritaties en schade aan de luchtwegen en een verhoogde kans op kanker. Om die reden heb ik op 23 maart 2015 toegezegd regels vast te stellen voor elektronische dampwaar zonder nicotine en daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij de al geldende regels voor elektronische sigaretten en navulverpakkingen met nicotine.

Opmerking: Het onderzoek van het RIVM toont irritatie van de luchtwegen aan (gelijkend aan bijvoorbeeld parfum). Het onderzoek toont geen verhoogd risico op kanker, noch een verhoogd risico op schade aan de luchtwegen aan. De onderzoekers vermoeden slechts dat dit het geval zou kunnen zijn in extreme en niet-realistische situaties. Dit is oneigenlijk gebruik van onderzoeksresultaten en het is een overheid onwaardig dergelijke constateringen te verdraaien en onjuist weer te geven t.b.v. het onderbouwen van een wetsvoorstel.

 

Waar: Algemeen deel; Nieuwe of gewijzigde rookwaren of nieuwsoortige tabaksproducten

Er is sprake van een nieuw of een (substantieel) gewijzigd rookwaar als sprake is van een verandering in de uitstraling, gebruik of samenstelling van het product.

Opmerking: Het is technisch niet uitvoerbaar om elk product, dat in werking, constructie en samenstelling identiek is, maar qua verpakking verschilt, te voorzien van een registratie. Buitenlandse producenten wijzigen regelmatig hun verpakking, zonder dat het product zelf verandert. Zij zijn niet ingesteld op de Nederlandse markt. Dit is voor een Nederlandse damp-speciaalzaak technisch niet uitvoerbaar. Deze Regeling geeft bovendien een groot economisch voordeel aan de bestaande tabaksindustrie in vergelijking met de nieuwe opkomende markt van dampwaren. De bestaande tabaksindustrie heeft een klein aantal producten met een groot omzetvolume per product. De dampwaren industrie heeft zeer veel verschillende producten met een relatief laag omzetvolume per product.

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Elektronische dampwaar zonder nicotine

Met deze ministeriële Regeling worden product eisen gesteld aan de niet-nicotinehoudende vloeistof voor elektronische dampwaar en aan kant en klare elektronische sigaretten zonder nicotine. Er is gekeken in hoeverre het proportioneel is om aan te sluiten bij de producteisen voor nicotinehoudende vloeistof en elektronische sigaretten en navulverpakkingen met nicotine. De vloeistof bevat geen nicotine en er is daardoor geen gevaar op acute nicotinevergiftiging. Het is daarom niet proportioneel om een kindveilige sluiting of een sluiting tegen lekken en breken te eisen. Dit neemt niet weg dat het van belang blijft de gezondheidsrisico’s door inname van de vloeistof te beperken, door een maximum inhoud voor de vloeistof in een navulverpakking, reservoir of patroon vast te stellen die aansluit bij de hiervoor reeds geldende eisen voor elektronische sigaretten en navulverpakkingen met nicotine. 

Opmerking: Welke dwingende reden is er om de 10ml limiet voor een navulverpakking nicotinehoudende vloeistof ook te laten gelden voor een navulverpakking zonder nicotine, terwijl chloor, wasbenzine, terpentine en andere zeer giftige stoffen in verpakkingen van vaak 1 liter of meer worden verkocht? Alle afzonderlijke ingrediënten van een dampvloeistof zonder nicotine zijn in grootverpakking legaal verkrijgbaar en voldoende veilig geacht voor consumptie en bevatten geen verplichte kindveilige sluiting. Echter, zodra de ingrediënten samengevoegd worden geldt ineens een restrictie van 10ml met verplichte kindveilige sluiting. Geldt deze beperking ook, indien de ingrediënten in andere onderlinge hoeveelheden gemengd worden en verkocht worden als lippenbalsem of ander cosmetisch product?

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Elektronische dampwaar zonder nicotine

Het is belangrijk te voorkomen dat het gebruik van elektronische dampwaar zonder nicotine door dergelijke additieven aantrekkelijk wordt, omdat het gebruik daarvan gezondheidsrisico’s blijft hebben voor de gebruiker.

Opmerking: De gezondheidsrisico’s zijn bewezen significant minder dan die van roken. Welke risico’s dienen beperkt te worden? En waarom met dezelfde zwaarte als die van veel schadelijkere producten? De verkoop van alcohol ligt tenslotte ook aan zwaardere banden dan de verkoop van frisdrank.

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Elektronische dampwaar zonder nicotine

additieven die emissies kleuren.
De gekleurde damp die ontstaat bij het gebruik van elektronische dampwaar maakt dat het product aantrekkelijk wordt en daardoor leidt tot vaker gebruik dan wel dat het anderen aanzet elektronische dampwaar ook te gebruiken. Dit dient voorkomen te worden, in het bijzonder onder jongeren.  

Opmerking: Er bestaan geen additieven die emissies van dampwaren kunnen kleuren. De kleur van de nevel wordt uitsluitend bepaald door de samenstelling van het licht wat op het vloeistof-aerosol valt.
Er bestaan wel additieven die de vloeistof kleuren (en deze additieven zijn ook (beperkt) in gebruik).
Dit getuigt wederom niet van een adequaat begripsniveau van de materie bij de wetgever.

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Elektronische dampwaar zonder nicotine

Om ervoor te zorgen dat de consument een afweging kan maken elektronische dampwaar zonder nicotine al dan niet te gebruiken dan wel kennis kan nemen van wat er in het product zit en hoe het product behoort te worden gebruikt, wordt een bijsluiter, een vermelding van ingrediënten en een gezondheidswaarschuwing op de verpakkingseenheid en buitenverpakking verplicht

Opmerking: De consument kan pas van de bijsluiter en gebruiksaanwijzing kennisnemen ná aanschaf, aangezien er op geen enkele wijze méér getoond mag worden dan een ongeopende verpakking. (Zowel online als in een fysieke winkel).

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Elektronische dampwaar zonder nicotine

De vermelding van ingrediënten vereist een gespecificeerde opsomming en is niet beperkt tot alleen een smaakvermelding, zoals aardbei.

Opmerking: Dit staat haaks op het verbod op de smaakvermelding, zoals beschreven in Artikel 3.10 lid C. Verderop in de ambtelijke toelichting lezen we:

Een verwijzing naar smaak of andere additieven dan geur- of smaakstoffen of het ontbreken ervan is eveneens niet toegestaan.

Is smaakvermelding nu verboden, of juist verplicht?

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Elektronische dampwaar zonder nicotine

Verder regelt deze ministeriële Regeling dat de etikettering van de verpakkingseenheid en buitenverpakking van elektronische dampwaar zonder nicotine geen elementen of kenmerken mag bevatten die het product aanprijzen door een verkeerde indruk te wekken over kenmerken, gevolgen voor de gezondheid, risico’s of emissies van het product. Ook mag niet de indruk worden gewekt dat het product minder schadelijk is.

Opmerking: Er mag geen verkeerde indruk gewekt worden, maar er mag ook niet de waarheid gesproken worden? Kortom; waarom mag de waarheid niet gezegd worden? Het verbieden van het vermelden van de waarheid staat, op z’n zachtst gezegd, op gespannen voet met de grondwet.

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Rookwaren uit het zicht

De regels die met deze Regeling worden vastgesteld, bieden het verkooppunt de mogelijkheid om accessoires, die bestemd zijn voor het gebruik van rookwaren, ook aan het zicht te onttrekken. Onder deze accessoires wordt onder andere verstaan vloeipapier, aanstekers en andere accessoires die bestemd zijn voor tabaksproducten of aanverwante producten. 

Opmerking: De woordkeus ‘biedt de mogelijkheid’ en ‘ook aan het zicht te onttrekken’ duiden op vrijblijvendheid, oftewel het ontbreken van de verplichting tot het onttrekken aan het zicht. We gaan ervanuit dat de Staatssecretaris genoegzaam weet dat die mogelijkheid ook al bestond zónder deze nieuwe Regeling, dat die mogelijkheid zich niet beperkt tot rookaccessoires en dat daar dus effectief niets aan verandert. Of impliceert de Staatssecretaris hier dat deze regelgeving die vrijblijvendheid intrekt en dat ook alle rookaccessoires aan het zicht onttrokken dienen te worden? (Aanstekers, lucifers, asbakken, etc.)

 

Waar: De wijziging op hoofdlijnen; Rookwaren uit het zicht

Nederland telt op dit moment ongeveer 160 tabaksspeciaalzaken, waar rookwaren meer dan 75% van de omzet uitmaakt. Het is niet bekend hoeveel elektronische sigaretten speciaalzaken bestaan. Het is mogelijk dat de gewijzigde regelgeving leidt tot een verandering in het aantal speciaalzaken, omdat daar reclame voor rookwaren toegestaan blijft. Het is onwenselijk dat de gewijzigde regelgeving leidt tot een stijging van het aantal speciaalzaken.

Opmerking: Hoe kan het zijn dat de Staatssecretaris geen zicht heeft op het aantal elektronische sigaretten speciaalzaken? Hoe kan de Staatssecretaris de impact van deze regelgeving bepalen zonder zicht te hebben op het aantal e-sigaret speciaalzaken?

Alhoewel een stijging/daling niet te meten valt als het huidige aantal onbekend is, vragen we ons toch af waarom de Staatssecretaris het onwenselijk acht dat het aantal e-sigaret speciaalzaken zou stijgen als dat betekent dat dampwaren verdwijnen uit zaken met een breder assortiment. Is de Staatssecretaris voornemens een ‘numerus fixus’ in te voeren voor het aantal speciaalzaken, en zo ja, welke grondslag heeft de Staatssecretaris hiervoor en op welke hoogte wordt deze ‘numerus fixus’ gesteld?

 

Internetconsultatie Besluit houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit

Consultatiepagina

Waar: kopje ‘Doelgroepen’ (compleet)

Opmerking: We zien dat hier gesproken wordt over rookwaren en tabaksdisplays, waarbij de definitie van rookwaren niet gemaakt wordt. Dampwaren zijn geen rookwaren (want er is geen sprake van rook).

 

Waar: kopje ‘Verwachte effecten’, ‘Uitstalverbod’.

Er zijn geen aanwijzingen dat een algeheel uitstalverbod een directe omzetdaling tot gevolg heeft voor het verkooppunt.

Opmerking: Hoe kan de Staatssecretaris verklaren dat er geen omzetdaling te verwachten valt, maar dat de regelgeving wel het beoogde effect heeft (afname rookprevalentie en voorkomen dat jongeren gaan roken). Een uitstalverbod en alle overige maatregelen in de zowel de Regeling als het Besluit beogen het terugdringen van het gebruik van tabakswaren. Het indirecte doel van beide is dan ook het realiseren van een significante omzetdaling. De term ‘indirect’ impliceert echter dat dit pas op langere termijn gerealiseerd zal worden. Geen enkele maatregel heeft direct gevolg, tenzij deze direct gehandhaafd wordt. Dit is dus geen te verwachten effect, maar een logisch gevolg.

 

Concepttekst Besluit

Ambtelijk ontwerp d.d. 6 juli 2017

Waar: Artikel I, A

Artikel 5.3 komt als volgt te luiden:

  1. Elke methode voor het in de handel brengen van tabaksproducten en aanverwante producten zonder ter handstelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon is verboden.
  2. Het in het eerste lid bepaalde verbod geldt niet in een speciaalzaak:
  3. die slechts tabaksproducten, aanverwante producten en daarbij behorende accessoires in de handel brengt;

Opmerking: Welke rationale ligt eraan ten grondslag om tabaksautomaten in een speciaalzaak toe te staan?

Toelichting Ambtelijk ontwerp d.d. 6 juli 2017

Waar: A: Uitstalverbod

Een uitstalverbod is op grond van deze wijziging niet van toepassing op fysieke speciaalzaken die uitsluitend rookwaren en rookaccessoires verkopen. Onder rookaccessoires wordt verstaan: vloeipapier, aanstekers en andere accessoires die bestemd zijn voor tabaksproducten of aanverwante producten.

Opmerking: Naast het feit dat het woord rookaccessoires niet eveneens dampaccessoires omvat (immers, damp is géén rook), is het onduidelijk wat er door de Staatssecretaris allemaal onder dampaccessoires geschaard wordt.
Tot de accessoires die gebruikers van e-sigaretten specifiek voor het gebruik van e-sigaretten toepassen horen ook zaken als katoen(reepjes), weerstandsdraad, batterijen, opladers, accudragers, schroevendraaiers, pincetten, weerstandsmeters, gedemineraliseerd water, propyleenglycol, glycerine, druppelpipetten, maatbekers, flesjes, et cetera.

 

Waar: A: Uitstalverbod

Het is aannemelijk dat een uitstalverbod op langere termijn leidt tot een verdere daling van het aantal rokers. In verschillende landen (o.a. Australië, Canada, het VK, Ierland, Noorwegen, Finland) is een uitstalverbod geïntroduceerd en geldt een lage rookprevalentie. In deze landen maakt een uitstalverbod onderdeel uit van een samenhangende aanpak op tabaksontmoediging.

Opmerking: Er wordt hier een correlatie/causaliteit gesuggereerd die op punten pertinent onjuist is en niet ondersteund wordt door enige onderbouwing. Duidend voorbeeld: Het UK Center for Tobacco and Alcohol Studies wijt de afname in rookprevalentie grotendeels toe aan de overstap van rokers op e-sigaretten [8].
De lage rookprevalentie in Noorwegen is vooral te wijten aan het wijdverbreide gebruik van snus [9].

Waar: A: Uitzondering voor speciaalzaken die uitsluitend rookwaren verkopen

Een webshop valt overigens niet onder de definitie van een speciaalzaak en kan niet onder deze uitzondering vallen.

Opmerking: Welke rationale is hiervoor van toepassing? Is het niet denkbaar dat een webshop met een assortiment wat pas zichtbaar is ná aanmelden en validatie van de leeftijd van de bezoeker, aan te merken is als speciaalzaak? Welke opties zijn er door de Staatssecretaris in overweging genomen, en heeft er overleg plaatsgevonden met de betrokken webwinkeliers?

Waar: A: Uitzondering voor speciaalzaken die uitsluitend rookwaren verkopen

Nederland telt op dit moment ongeveer 1600 tabakspeciaalzaken. Bij 160 van deze tabakspeciaalzaken, maken rookwaren meer dan 75% van de omzet uit. Het is niet bekend hoeveel speciaalzaken van e-sigaretten er bestaan. 

Speciaalzaken krijgen de mogelijkheid om onder de uitzondering te vallen van het uitstalverbod, als er uitsluitend rookwaren en rookaccessoires worden verkocht. Ik wil kunnen monitoren of het aantal speciaalzaken toeneemt gelet op de nieuwe regels.

Opmerking: Hoe kan het zijn dat de Staatssecretaris geen zicht heeft op het aantal elektronische sigaretten speciaalzaken? Hoe kan de Staatssecretaris de impact van deze regelgeving bepalen zonder zicht op het aantal e-sigaret speciaalzaken?

Alhoewel een stijging/daling niet te meten valt als het huidige aantal onbekend is, vragen we ons toch af waarom de Staatssecretaris het onwenselijk acht dat het aantal e-sigaret speciaalzaken zou stijgen als dat betekent dat dampwaren verdwijnen uit zaken met een breder assortiment. Is de Staatssecretaris voornemens een ‘numerus fixus’ in te voeren voor het aantal speciaalzaken, en zo ja, welke grondslag heeft de Staatssecretaris hiervoor en wat is de hoogte van deze ‘numerus fixus’?

Waar: A: Geen uitzondering voor verkooppunten waar geen jongeren komen

Ik heb onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om verkooppunten waar geen jongeren komen uit te zonderen. Hierboven is geschetst dat bijna alle verkooppunten vanwege hun brede assortiment ook een breed publiek, waaronder jongeren, bedienen. […] Het maken van een onderscheid tussen verkooppunten waar wel of geen jongeren komen, is daarom niet wenselijk en niet aan de orde.

Opmerking: Er wordt gesuggereerd dat er onderzoek gedaan is, echter nergens worden de uitkomsten van dit onderzoek bekend gemaakt. Er wordt slechts gesteld dat de huidige verkooppunten voor tabaksproducten een breed publiek hebben. Dit zegt echter helemaal niets over verkooppunten waar het publiek beperkt en zeer selectief is (online e-sigaret winkels, kleine e-sigaret winkels). Derhalve presenteert de Staatssecretaris hier een eigen aanname. Aannames kunnen echter nimmer een onderbouwing voor regelgeving zijn.

Waar: A: Economische gevolgen

De brancheorganisaties van tankstations en van tabakspeciaalzaken voeren aan dat een uitstalverbod grote economische gevolgen zal hebben voor de omzet en het voortbestaan van ondernemingen. 

Het kan zijn dat tabakspeciaalzaken, maar ook tankstations, in sterke mate afhankelijk zijn van de verkoop van tabaksproducten. Dit mag echter geen argument zijn om een uitstalverbod niet in te stellen. Een uitstalverbod is immers van belang voor het beschermen van de volksgezondheid en dit weegt zwaarder dan de inkomsten die de ondernemer nu ontvangt uit tabaksverkoop. Bovendien betekent een uitstalverbod geen verkoopverbod, de verkoop van tabaksproducten blijft mogelijk.

Opmerking: Saillant is dat de Staatssecretaris hier uitsluitend de economische gevolgen voor verkoopkanalen van tabaksproducten benoemt, en tegelijkertijd de hele (opkomende) branche van e-sigaretten lijkt te negeren. Het uitstalverbod, de online restricties en het verbod om producten buiten de verpakking te tonen zorgt ervoor dat de e-sigaret gebruiker absoluut niet de benodigde informatie kan verkrijgen. Voor de aanschaf van conventionele tabaksproducten werpt het uitstalverbod nagenoeg geen drempels op, aangezien een verkooptransactie ook nu al beperkt is tot een klant die vraagt om “een pakje van 20” van “merk x”. Daar verandert niets aan.

De economische gevolgen voor verkopers van het minder schadelijke alternatief (e-sigaretten) zijn daarmee disproportioneel, en dit belang is door de Staatssecretaris niet afgewogen (zelfs genegeerd) in de toelichting.

 

Waar: A. Verbod op verkoop zonder handeling van een verkoper

Gelet op de economische effecten wordt een overgangstermijn voor bestaande tabaksautomaten tot 2022 daarom proportioneel geacht.

Wij vragen ons af welke rationale er vanuit volksgezondheid oogpunt bestaat om tabaksautomaten nog ruim 4 jaar toe te staan. De economische impact van het verbod op tabaksautomaten is schijnbaar dusdanig belangrijk dat een overgangstermijn proportioneel geacht wordt, terwijl voor online verkoop van dampwaren er geen of een veel kortere overgangsperiode is, zoals door de NVWA gecommuniceerd per juli 2017 [10].

Hierdoor worden online verkopers van dampwaren oneerlijk en disproportioneel benadeeld.

Overgangstermijnen dienen voor beide tenminste eender te zijn, zeker in een tijd waar e-commerce gelijk staat aan fysieke retail.

 

Referenties:

[1] https://www.gov.uk/government/publications/towards-a-smoke-free-generation-tobacco-control-plan-for-england

[2] https://www.fda.gov/newsevents/newsroom/pressannouncements/ucm568923.htm

[3] https://www.nvwa.nl/onderwerpen/roken-en-tabak/reguliere-presentatie-van-tabaksproducten-en-aanverwante-producten-in-verkooppunten/presentatie-tabak-en-e-sigaretten-in-webwinkels

[4] Bronnen: Public Health England, UK Center for Tobacco and Alcohol Studies

[5] https://harmreductionjournal.biomedcentral.com/articles/10.1186/1477-7517-10-36

[6] Bronen: Public Health England en het UK Center for Tobacco and Alcohol Studies.

[7] https://nl.wikipedia.org/wiki/Waterintoxicatie

[8] http://www.ukctas.net/smoking-rates-uk-2017

[9] Lund K.E. (2013). Tobacco Harm Reduction in the real world: has the availability of snus in Norway increased smoking cessation? Drugs and Alcohol Today, 13 (2): 92-101.

[10] https://www.nvwa.nl/onderwerpen/roken-en-tabak/reguliere-presentatie-van-tabaksproducten-en-aanverwante-producten-in-verkooppunten/presentatie-tabak-en-e-sigaretten-in-webwinkels

Marcel
Over Marcel 31 Artikelen
Getrouwd met Desiree, vader van Ference ('09) en Joris ('15). Stichtend lid van Acvoda, werkzaam als IT consultant en beeldend kunstenaar. In het begin van 2013 na 22 jaar shag gerookt te hebben en talloze stoppogingen 'cold turkey' overgestapt op de e-sigaret en overtuigd van het potentieel van de e-sigaret in het verminderen van schade die door roken veroorzaakt wordt. Oprichter, voormalig voorzitter en huidig woordvoerder van Acvoda.

10 Comments

  1. Hoe kan er een wetsvoorstel worden gemaakt door mensen die klaarblijkelijk geen enkel verstand hebben van dampen, de bestaande onderzoeken, die dan ook nog foutief voor eigen belang worden geïnterpreteerd met enorme gevolgen voor de online en fysieke dampwinkels en mensen dienwillen stoppen met roken! Onbegrijpelijk. Ik heb een dampapparaatje en gebruik vloeistoffen zonder nicotine, die bestaan uit vrij in de winkel verkrijgbare ingrediënten. En dat wordt dan allemaal onder dit vage wetsvoorstel getrokken? Echt belachelijk. Ik ben anderhalf jaar terug gestopt met roken, dankzij het dampen en ben veel gezonder. Kennelijk moet ik maar weer gaan roken, dat levert meer geld op. Goede reactie van jullie, met kennis van zaken! Dank dat jullie hier tijd en energie in stoppen. Ik voorzie een illegaal circuit met straatdealers die mij onschadelijke nicotinevrije vloeistoffen verkopen….. wat een betuttelend land!

  2. Goede analyse, harde feiten, helder geschreven. Ik hoop van ganse harte dat Staatssecretaris M. van Rijn nu eens gaat doen wat hij zou moeten doen op dit vlak. Heel simpel gezegd de kansen benutten die dit revolutionaire alternatief voor roken biedt. Heel veel dank Acvoda voor jullie inzet.

  3. @Jolanda: dat kan omdat het ze geen fuck interesseert (kan ik ze niet kwalijk nemen eigenlijk) en ze salaris krijgen voor het maken van beleid. De kwaliteit van dat beleid doet voor het salaris klaarblijkelijk niet terzake. Wat zou werken is als we ze meer geld zouden bieden om wel fatsoenlijk beleid te maken, maar ik zie dat nog niet zp snel bij elkaar gesprokkeld gezien de fenomenale schatkist van de andere partij (die we ook al bij elkaar hebben gelegd toen we nog rookten haha).

    Straatdealen hoeft niet meer, lang leve PostNL en de onmogelijkheid om een substantieel deel van de pakketpost te controleren op inhoud. Ik heb totaal geen morele bezwaren bij het overtreden van deze wetten en regels en niemand maakt me wat. Het is niet ideaal maar het is beter dan te lang stil te staan bij de deprimerende imbeciliteit van het gebodene. Jammer alleen voor de nog niet dampers die van de sigaret gered hadden kunnen worden.

  4. Hopelijk helpt dit!
    Heel schrijnend .
    Ik heb na veertig jaar roken en talrijke pogingen om te stoppen het dampen ontdekt.nu ben ik al twee jaar rookvrij.
    Ik zal gelijk wat doen om mij verder te informeren en verder te dampen tot ik klaar ben om volledig te stoppen.
    Het ontmoedigd mijn enkel dat nog steeds niet begrepen wordt dat dit voor veel mensen de uitkomst is.
    Prachtig geformuleerd en goed de tegenstrijdige artikels benadrukt.

  5. Artikel 2.11: Niet-nicotinehoudende vloeistof wordt uitsluitend in de handel gebracht in speciale navulverpakkingen met een volume van ten hoogste 10 ml.

    Geld dit dan ook voor de PG en VG base? Mogen die dan alleen worden verkocht in 10ml?
    Dit zou de doodsteek zijn voor alle DIY mixers (die legaal hun eigen e-liquids willen maken).

    • Dat zou inderdaad een doodsteek zijn voor alle DIY mixers.
      Maar voor PG en VG zal die 10ml hoogst waarschijnlijk niet gaan gelden.
      Dit zijn stoffen die ook voor andere doeleinde worden gebruikt.
      Vandaar ook onze opmerking :
      “Wat is niet-nicotinehoudende vloeistof? Zelfs koffie, Coca-Cola en zonnebrandcrème?
      Zo niet, waarom voldoen deze vloeistoffen die geen nicotine bevatten niet aan de definitie van niet-nicotinehoudende vloeistof?”

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*



8 − = zeven